Nose Art


Via modelbouw leerde ik nose art kennen. In WOII was het voor piloten van langs beide kanten van het conflict, gebruikelijk om tekeningen en/of slogans op hun vliegtuigen te schilderen. De Amerikanen zijn daar het bekendst mee geworden. De pin-ups op hun bommenwerpers behoren tot het beeld dat we van hen in ons collectief geheugen hebben. De Amerikanen waren dan ook wel het uitbundigst als het om nose art ging. De pin-ups (vaak geïnspireerd op de vogue covers van Alberto Vargas) zijn het beroemst, maar er werd nog veel meer op geschilderd dan dat. Het ging vaak ook over tekenfilm figuren, striphelden, populaire muziek en politieke slogans. Een modelbouw vliegtuig met opvallende nose art had voor mij altijd een meerwaarde. Het maakte het vliegtuig unieker en je kwam vaak ook iets meer te weten over de geschiedenis van het vliegtuig en de bemanning.

This slideshow requires JavaScript.

Advertisements

Jurassic Identity

Toen ik gebeten was door de dinosaurusmicrobe had ik de neiging om alles wat met dinosaurussen te maken had te verzamelen. Het was niet zo moeilijk om iets te vinden want op dat moment was de promotiecampagne voor Jurassic Park 2: The Lost World volop aan de gang. Ik spaarde echt alles. Gelijk wat het Jurassic Park logo droeg, knipte ik uit en heb ik bewaard. Ik spaarde dus niet enkel de stickers die bij kauwgom zaten, maar ook het papiertje dat er rond ging.

Ik ken eigenlijk weinig films zoals Jurassic  Park die zo’n sterke graphic identity hebben. Het logo is 18 jaar na de eerste film nog bij iedereen bekend. In de films zelf wordt de huisstijl van het park ook in alles doorgetrokken. De vormgeving van de  gebouwen, voertuigen tot zelfs het servies, wordt allemaal gebruikt in het promotiemateriaal en de merchandising. De vormgeving van het park draagt in de film enorm bij tot de sfeer. Als ik nu eens nadenk over de huisstijl van Jurassic Park, valt het me op hoe grafisch en modern ze was voor een film dat over uitgestorven beesten ging.

Omdat ik me in mijn kinderjaren zo met Jurassic Park gadgets omringde kan het  niet anders dan dat ik er veel uit opgeslorpt heb. Ik weet nog dat ik vroeger echt oefende om die logo’s onder de knie te krijgen. Het ingen logo (ingen is het bedrijf dat de dinosaurussen kweekte) was voor mij bijvoorbeeld een openbaring toen ik ontdekte hoe ‘In’ en ‘Gen’ in elkaar verwerkt zaten. Zoiets was me voordien nog niet aan logo’s opgevallen. Ik heb ook een tekening terug gevonden die helemaal over de film Jurassic Park ging, maar waarop ik geen enkele dinosaurus of personage voor gebruikt heb. Blijkbaar had ik genoeg aan een autowrak met het (kleine) logo van het park om de sfeer weer te geven die ik wou.

Dan heb je ook nog het informatieve kantje van de Jurassic Park merchandising. Die bevatte meestal enkele dinosaurus weetjes. Dit werd meestal op een simpele en duidelijke manier vormgegeven. In het algemeen was hun vormgeving al heel informatief omdat ze vaak verwezen naar waarschuwingsbordjes. Zelf maakte ik ook waarschuwingsbordjes voor op mijn kamer. Die droegen boodschappen in de lijn van: “Danger raptors inside”, “Emergency exit”(hing aan mijn raam) en “Don’t feed the T-rex.”

betegeld verleden

Deze vloer is de vloer van in mijn oma’s huis. Ik vermeld deze nog even in de blog omdat deze vloer zijn invloed al bewezen heeft op mijn grafisch werk. Vorig jaar heb ik me er namelijk op geïnspireerd voor fell floor fiction. Als kind heb ik uren op deze patronen moeten staren toen ik er over de grond kroop. Op deze patronen speelde ik handig in. De gele tegels op de foto hierboven dienden als een soort autostrade voor mijn matchbox auto’s. Andere tegels leidden me dan weer naar een ‘geheime plek’ achter de zetels. Ik heb veel tijd op deze vloer door gebracht aangezien mijn moeder haar kapsalon heeft bij mijn grootmoeder en zij voor me zorgde als mijn moeder aan het werk was.

Poké mania

Op de speelplaats waren pokémonkaarten immens populair. Via deze kaarten leerden zette ik mijn eerste stappen in de ruilhandel. Onze ouders zagen in deze kaarten niets anders dan pure commercie, maar daarbij vergeten ze de waardevolle sociale vaardigheden die we opdeden als we moesten onderhandelen wanneer we ruilden. Zelf begon ik mijn verzameling met 3 kaarten en die is toch uitgegroeid tot een verzameling met enkele heel waardevolle kaarten. Ik ben er nog altijd wat aan gehecht. Ik weet nog dat ik vorig jaar mijn verzameling in veiligheid bracht toen ze in de klas van mijn jongste broer een pokémon revival kenden. Ik was namelijk bang dat hij domme deals ging doen met die kaarten en mijn mooiste kaarten zou weggeven…

Op zich is het ook een mooie verzameling om naar te kijken. Er zitten zitter er een hoop bij met mooie illustraties. Daar lette ik vroeger al op. Ik probeerde soms te raden wie ze getekend had door te kijken naar de tekenstijl (de naam van de illustrator staat onderaan de kaart). Ik vind het wel leuk dat ik nog zo’n tastbare jeugdherinnering heb met die kaartenverzameling. De kaarten en pokémon in het algemeen waren ook een aanleiding voor mij om aan het tekenen en knutselen te slaan. Ik tekende speelvelden om het kaartspel op te spelen en ik bedacht nieuwe soorten gezelschapsspelletjes om met de kaarten te spelen. Net als Joost vond ik ook zelf pokémons uit en tekende er kaarten van.

Interpol zou eens moeten weten


Dit nummer van interpol is zo’n nummer waarvan je weet dat het een mijlpaal was, maar waarvan je niet precies kan zeggen waarom. De muziek lag me dan heel nauw aan het hart en nu nog eigenlijk. Het was de eerste band dat ik zelf ontdekte en niet via een CD van mijn vader. Bijgevolg was interpol de eerste band waarvan ik hun muziek gestolen heb. The Arcade Fire was een andere band dat in die tijd door mij intensief beroofd werd.
Mijn downloads in die tijd waren echt wel een spannende onderneming want ons internet werkte nog via een modem en de gewone telefoonlijn. Als mijn ouders even het huis uit waren, dan waagde ik mijn kans en schuimde ik het net af. Deze geheimdoenerij heeft gelukkig slechts enkele maanden geduurd, want de telefoonrekening heeft me verraden. Vanaf daarna hadden we ADSL.
Wanneer mijn kapitaal het wat toe liet probeerde ik mijn wanpraktijken tegenover die arme artiesten natuurlijk weer goed te maken. Zo was mijn eerste CD de CD Aquired Taste van Absynthe Minded.

Details details details

In mijn 2de post heb ik het al eens gehad over mijn jaren dat ik aan modelbouw deed. In die jaren heb ik veel bijgeleerd. Het verschil tussen mijn eerste en laatste vliegtuig is enorm. Modelbouw heeft op mij ongetwijfeld een grote invloed gehad. Dat mijn schilderen beter en beter werd klinkt evident, maar ik denk dat de invloeden dieper zitten dan dat. Dan heb ik het vooral over zaken zoals mijn perfectionisme. Op het eerste gezicht klinkt modelbouw een creatieve hobby. Dat is ook zo, maar dat wil niet zeggen dat je er veel vrijheid in hebt. Het doel van een om met het model, het origineel zo accuraat mogelijk na te bootsen. Het moet dus historisch correct zijn. In het begin stak dat nog niet zo nauw bij mij, maar toen ik enkele professionele maquettes zag wou ik dat ook zo krijgen. Vanaf dan ben ik veel meer op details beginnen te letten. Ik heb ook meer geduld leren hebben. In het begin had ik nogal vaak de neiging om de 2de verflaag al aan te brengen als de eerste nog niet volledig droog was, met desastreuze gevolgen. Een ongelukje met zo’n model was snel gebeurd. Het was altijd een enorme teleurstelling als dat gebeurde. Je kon stukken breken of verliezen, doorschijnende stukjes aanvreten met aceton, onderdelen schuin plakken, lijm smossen, verf doen uitlopen,… Daarom heb ik geleerd extra voorzichtig te zijn en pas iets te doen als ik echt zeker weet hoe ik het zal doen.

Ondanks alle miserie kon ik er enorm veel voldoening uit halen. Vooral wanneer je het gevoel had zelf veel aan het model te hebben toegevoegd. Als er bijvoorbeeld maquettes waren die geen uitgewerkte cockpit bezaten, dan maakte ik die zelf na met stukjes karton en tandenstoker, aan de hand van enkele foto’s. 

Verouderingseffecten of weathering was een andere techniek om iets realistisch er te laten uitzien. Eerst werd het vliegtuig altijd in zijn basiskleuren geschilderd en dan werd het met een zwaar verdunde zwarte olieverf ‘vervuild’. Vooral aan de motoren moest dit duidelijk zijn. Daarna schilderde ik met aluminiumverf enkele puntjes die suggereren dat de basisverf daar afgesleten is.

Ik denk dat deze hobby nu nog altijd zeer bepalend is voor mijn manier van werken en aanpak, ook voor grafische vormgeving.

Mister Griezel

In het 5de leerjaar kreeg ik in de klas de fel gegeerde titel van mister griezel. Dat had gelukkig niets met psychopathisch gedrag of mijn voorkomen te maken, maar wel met een schrijfopdracht. We moesten een griezelverhaal schrijven en daar hing deze kleurplaat als prijs aan vast. Het bedenken van verhalen was altijd mijn favoriete onderdeel van Nederlands, maar het schrijven er van lag me normaal wat minder. Ik had nogal wat moeite met spelling door een lichte vorm van diselectie. Blijkbaar hebben de schrijffouten me die keer niet echt parten gespeeld, maar griezelverhalen waren ook wel een beetje mijn ding. Als we met de klas naar de bibliotheek gingen dan nam ik altijd griezelboeken mee. Ik nam een beetje van alles mee, maar ik herinner me vooral nog de schrijver Paul Van Loon (Griezelbus). Veel van zijn verhalen gingen over vampiers (en niet van het twilight type). Mijn verhaal dat ik zelf geschreven heb ging ook over een vampier, dus het kwam goed uit dat ik er al vaak over gelezen had.  Ik nam griezelboeken mee omdat spanning er altijd bij verzekerd was. Om dezelfde reden nam ik ook veel boeken mee die zich in het verleden afspeelden zoals tijdens de middeleeuwen.

Een andere schrijver van griezelverhalen die me is bijgebleven is Bies Van Ede. Van hem herinner ik vooral het boek: ‘bloed op de heksensteen’. Van alle boeken op de griezelplank vond ik dat de engste cover. De meeste covers hadden er een ietwat cartoonachtige versie van een griezelpersonage op staan afgebeeld, maar bij dit boek was dat niet zo. Ook de achterkant was interessant omdat die vol stond met vreemde heksentekens. Die hadden het meeste weg van runen. Ik heb dit boek verschillende keren meegenomen omwille van de kaft alleen.

Wat ik ook sterke boekcovers vond waren die van de kippenvel reeks. De illustraties gaven goed de donkere sfeer weer en vooral; de kippenvel letters blonken! De boeken vormen in ieder geval een mooi geheel als reeks. De verhalen zelf vond ik dan weer wat minder. Naar mijn gevoel werden de personages van de monsters wat te weinig uitgewerkt en bleven het te hard karikaturen.