Details details details

In mijn 2de post heb ik het al eens gehad over mijn jaren dat ik aan modelbouw deed. In die jaren heb ik veel bijgeleerd. Het verschil tussen mijn eerste en laatste vliegtuig is enorm. Modelbouw heeft op mij ongetwijfeld een grote invloed gehad. Dat mijn schilderen beter en beter werd klinkt evident, maar ik denk dat de invloeden dieper zitten dan dat. Dan heb ik het vooral over zaken zoals mijn perfectionisme. Op het eerste gezicht klinkt modelbouw een creatieve hobby. Dat is ook zo, maar dat wil niet zeggen dat je er veel vrijheid in hebt. Het doel van een om met het model, het origineel zo accuraat mogelijk na te bootsen. Het moet dus historisch correct zijn. In het begin stak dat nog niet zo nauw bij mij, maar toen ik enkele professionele maquettes zag wou ik dat ook zo krijgen. Vanaf dan ben ik veel meer op details beginnen te letten. Ik heb ook meer geduld leren hebben. In het begin had ik nogal vaak de neiging om de 2de verflaag al aan te brengen als de eerste nog niet volledig droog was, met desastreuze gevolgen. Een ongelukje met zo’n model was snel gebeurd. Het was altijd een enorme teleurstelling als dat gebeurde. Je kon stukken breken of verliezen, doorschijnende stukjes aanvreten met aceton, onderdelen schuin plakken, lijm smossen, verf doen uitlopen,… Daarom heb ik geleerd extra voorzichtig te zijn en pas iets te doen als ik echt zeker weet hoe ik het zal doen.

Ondanks alle miserie kon ik er enorm veel voldoening uit halen. Vooral wanneer je het gevoel had zelf veel aan het model te hebben toegevoegd. Als er bijvoorbeeld maquettes waren die geen uitgewerkte cockpit bezaten, dan maakte ik die zelf na met stukjes karton en tandenstoker, aan de hand van enkele foto’s. 

Verouderingseffecten of weathering was een andere techniek om iets realistisch er te laten uitzien. Eerst werd het vliegtuig altijd in zijn basiskleuren geschilderd en dan werd het met een zwaar verdunde zwarte olieverf ‘vervuild’. Vooral aan de motoren moest dit duidelijk zijn. Daarna schilderde ik met aluminiumverf enkele puntjes die suggereren dat de basisverf daar afgesleten is.

Ik denk dat deze hobby nu nog altijd zeer bepalend is voor mijn manier van werken en aanpak, ook voor grafische vormgeving.

Ik als paleontologisch tekenaar

Toen ik klein was, was paleontologisch tekenaar mijn droomjob. In een boek over dinosaurussen had ik gelezen dat er in een museum mensen werken die reconstructietekeningen maken van fossielen. Dat leek de ideale job voor mij omdat het de twee dingen combineerde waar ik toen van hield: dinosaurussen en tekenen. Had ik me aan dat plan gehouden dan maakte ik nu misschien anatomische reconstructies van dinosaurussen aan de hand van hun botten. Aan de universitaire opleiding kon ik toen nog niet beginnen, maar ik kon wel al beginnen tekenen! Dinosaurussen waren jarenlang het standaard onderwerp van mijn tekeningen. Ik heb er honderden getekend.

Mijn eerste modelbouwdoos

In mijn jonge jaren besteedde ik uren aan modelbouw. Ik begon aan deze hobby wanneer ik in het zesde leerjaar zat. Ik maakte voornamelijk vliegtuigen uit WOII. De interesse voor vliegtuigen kreeg ik eigenlijk met de paplepel binnen gelepeld via mijn vader. Dat was namelijk ook zijn passie sinds zijn jeugd. In die tijd deed hij ook aan modelbouw. Er staat nog altijd een kast vol van zijn vliegtuigjes bij mijn grootmoeder. Omdat ik me plotseling ook in modelbouw ging gaan interesseren kon mijn vader een stuk van zijn jeugd herbeleven en natuurlijk kreeg mijn nieuwe hobby de volledige steun.
Ik herinner me nog goed toen ik mijn eerste bouwdoos kreeg. We zijn die toen gaan halen bij Dreamland. Ik had natuurlijk gekozen voor de klassieker als eerste bouwdoos: een Spitfire. Mijn broer kreeg er ook één en koos een Hurricane. Mijn vader kon zijn enthousiasme blijkbaar niet zo goed wegsteken want hij kocht er dan nog eens 3 voor zichzelf (iets wat hij niet meer gedaan had sinds zijn kindertijd). Eenmaal thuis begon ik dus aan mijn eerste model. Ik denk dat ik er eigenlijk, maar twee dagen heb aan moeten werken. Meteen daarna heb ik ook het vliegtuig van mijn broer in elkaar gestoken. Het was duidelijk dat ik de smaak te pakken had. Mijn vader zou uiteindelijk maar één van zijn drie vliegtuigen in elkaar steken.
Die eerste Spitfire Mk.XVI was dus de start van een productielijn van vliegtuigen die in een periode van zes jaar zou voltooid worden. Doorheen de jaren veranderden mijn technieken enorm en werden mijn modellen steeds gedetailleerder. Het laatste vliegtuig dat ik afwerkte was een Westland Whirlwind, toevallig ook een Brits vliegtuig. Er zijn nog altijd drie onafgewerkte modellen die ergens een plank op mijn kamer bevolken. Of ik er ooit aan verder zal doen weet ik niet.Op de foto staat het eerste en laatste vliegtuig dat ik maakte. Voor de leken: het eerste (Spitfire Mk.XVI) is dat met één motor, het laatste (Westland Whirlwind) is het tweemotorige vliegtuig.